HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontbreidelen — definition

Conjugation of ontbreidelen

Regular CEFR C1
ˌɔntˈbrɛi̯.də.lə(n)

to remove restraint from Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontbreidel
jij / je ontbreidelt
hij / zij / het ontbreidelt
wij / we ontbreidelen
jullie ontbreidelen
zij / ze ontbreidelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontbreidelde
jij / je ontbreidelde
hij / zij / het ontbreidelde
wij / we ontbreidelden
jullie ontbreidelden
zij / ze ontbreidelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontbreidele
jij / je ontbreidele
hij / zij / het ontbreidele
wij / we ontbreidelen
jullie ontbreidelen
zij / ze ontbreidelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontbreidelde
jij / je ontbreidelde
hij / zij / het ontbreidelde
wij / we ontbreidelden
jullie ontbreidelden
zij / ze ontbreidelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontbreidel
jullie (archaïsch) ontbreidelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontbreidelen
Tegenwoordig deelwoord
ontbreidelend
Voltooid deelwoord
ontbreideld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary