Conjugation of ontbruisen
ˌɔntˈbrœy̯.sə(n)to remove fizz, to decarbonate (of a drink) Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontbruis |
| jij / je | ontbruist |
| hij / zij / het | ontbruist |
| wij / we | ontbruisen |
| jullie | ontbruisen |
| zij / ze | ontbruisen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontbruiste |
| jij / je | ontbruiste |
| hij / zij / het | ontbruiste |
| wij / we | ontbruisten |
| jullie | ontbruisten |
| zij / ze | ontbruisten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontbruise |
| jij / je | ontbruise |
| hij / zij / het | ontbruise |
| wij / we | ontbruisen |
| jullie | ontbruisen |
| zij / ze | ontbruisen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontbruiste |
| jij / je | ontbruiste |
| hij / zij / het | ontbruiste |
| wij / we | ontbruisten |
| jullie | ontbruisten |
| zij / ze | ontbruisten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontbruis |
| jullie (archaïsch) | ontbruist |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontbruisen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontbruisend |
Voltooid deelwoord
| — | ontbruist |