HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontbundelen — definición

Conjugation of ontbundelen

Regular CEFR C1
/ˌɔntˈbʏn.də.lə(n)/

to unbundle, to decouple Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontbundel
jij / je ontbundelt
hij / zij / het ontbundelt
wij / we ontbundelen
jullie ontbundelen
zij / ze ontbundelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontbundelde
jij / je ontbundelde
hij / zij / het ontbundelde
wij / we ontbundelden
jullie ontbundelden
zij / ze ontbundelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontbundele
jij / je ontbundele
hij / zij / het ontbundele
wij / we ontbundelen
jullie ontbundelen
zij / ze ontbundelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontbundelde
jij / je ontbundelde
hij / zij / het ontbundelde
wij / we ontbundelden
jullie ontbundelden
zij / ze ontbundelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontbundel
jullie (archaïsch) ontbundelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontbundelen
Tegenwoordig deelwoord
ontbundelend
Voltooid deelwoord
ontbundeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary