Conjugation of ontcijferen
/ˌɔntˈsɛi̯.fə.rə(n)/qua betekenis duiden en begrijpen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontcijfer |
| jij / je | ontcijfert |
| hij / zij / het | ontcijfert |
| wij / we | ontcijferen |
| jullie | ontcijferen |
| zij / ze | ontcijferen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontcijferde |
| jij / je | ontcijferde |
| hij / zij / het | ontcijferde |
| wij / we | ontcijferden |
| jullie | ontcijferden |
| zij / ze | ontcijferden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontcijfere |
| jij / je | ontcijfere |
| hij / zij / het | ontcijfere |
| wij / we | ontcijferen |
| jullie | ontcijferen |
| zij / ze | ontcijferen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontcijferde |
| jij / je | ontcijferde |
| hij / zij / het | ontcijferde |
| wij / we | ontcijferden |
| jullie | ontcijferden |
| zij / ze | ontcijferden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontcijfer |
| jullie (archaïsch) | ontcijfert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontcijferen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontcijferend |
Voltooid deelwoord
| — | ontcijferd |