HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontblaken — definition

Conjugation of ontblaken

Regular CEFR B2
ˌɔntˈblaː.kə(n)

to ignite, start to blaze Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontblaak
jij / je ontblaakt
hij / zij / het ontblaakt
wij / we ontblaken
jullie ontblaken
zij / ze ontblaken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontblaakte
jij / je ontblaakte
hij / zij / het ontblaakte
wij / we ontblaakten
jullie ontblaakten
zij / ze ontblaakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontblake
jij / je ontblake
hij / zij / het ontblake
wij / we ontblaken
jullie ontblaken
zij / ze ontblaken
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontblaakte
jij / je ontblaakte
hij / zij / het ontblaakte
wij / we ontblaakten
jullie ontblaakten
zij / ze ontblaakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontblaak
jullie (archaïsch) ontblaakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontblaken
Tegenwoordig deelwoord
ontblakend
Voltooid deelwoord
ontblaakt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary