HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontblinken — definition

Conjugation of ontblinken

Regular CEFR B2
ˌɔntˈblɪŋkə(n)

to begin to shine, to begin to glitter Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontblink
jij / je ontblinkt
hij / zij / het ontblinkt
wij / we ontblinken
jullie ontblinken
zij / ze ontblinken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontblonk
jij / je ontblonk
hij / zij / het ontblonk
wij / we ontblonken
jullie ontblonken
zij / ze ontblonken

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontblinke
jij / je ontblinke
hij / zij / het ontblinke
wij / we ontblinken
jullie ontblinken
zij / ze ontblinken
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontblonke
jij / je ontblonke
hij / zij / het ontblonke
wij / we ontblonken
jullie ontblonken
zij / ze ontblonken

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontblink
jullie (archaïsch) ontblinkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontblinken
Tegenwoordig deelwoord
ontblinkend
Voltooid deelwoord
ontblonken

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary