HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontbloeien — definition

Conjugation of ontbloeien

Regular CEFR B2
ˌɔntˈblui̯ə(n)

to start to blossom Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontbloei
jij / je ontbloeit
hij / zij / het ontbloeit
wij / we ontbloeien
jullie ontbloeien
zij / ze ontbloeien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontbloeide
jij / je ontbloeide
hij / zij / het ontbloeide
wij / we ontbloeiden
jullie ontbloeiden
zij / ze ontbloeiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontbloeie
jij / je ontbloeie
hij / zij / het ontbloeie
wij / we ontbloeien
jullie ontbloeien
zij / ze ontbloeien
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontbloeide
jij / je ontbloeide
hij / zij / het ontbloeide
wij / we ontbloeiden
jullie ontbloeiden
zij / ze ontbloeiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontbloei
jullie (archaïsch) ontbloeit

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontbloeien
Tegenwoordig deelwoord
ontbloeiend
Voltooid deelwoord
ontbloeid

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary