HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontbladeren — definition

Conjugation of ontbladeren

Regular CEFR C1
ɔntˈblaː.də.rə(n)

van de bladeren ontdoen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontblader
jij / je ontbladert
hij / zij / het ontbladert
wij / we ontbladeren
jullie ontbladeren
zij / ze ontbladeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontbladerde
jij / je ontbladerde
hij / zij / het ontbladerde
wij / we ontbladerden
jullie ontbladerden
zij / ze ontbladerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontbladere
jij / je ontbladere
hij / zij / het ontbladere
wij / we ontbladeren
jullie ontbladeren
zij / ze ontbladeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontbladerde
jij / je ontbladerde
hij / zij / het ontbladerde
wij / we ontbladerden
jullie ontbladerden
zij / ze ontbladerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontblader
jullie (archaïsch) ontbladert

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontbladeren
Tegenwoordig deelwoord
ontbladerend
Voltooid deelwoord
ontbladerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary