HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van prut | Babel Free

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk
/prʏt/

Voorbeelden

“Het is afzien in de Veluwse prut. Kilometers lang. Een uitgeputte marinier stoot dierlijke klanken uit. Langs een modderpad drukt een marinier zich vloekend een keer of tien op. Een instructeur kijkt toe.”
“Maagdelijk ijskristal werd grauwe prut.”

Virgin ice crystals turned into drab slush.

“Gebruikt koffiedik heeft van nature een uitzonderlijk hoog absorptievermogen. Voor hun methaanvangnet hoefden de onderzoekers de prut slechts te mixen met een sodaoplossing en sterk te verhitten.”

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk prut gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten