Betekenis van fietste op | Babel Free
Definities
enkelvoud verleden tijd van opfietsen
form-of
Voorbeelden
“Ik fietste op.”
“Jij fietste op.”
“Hij, zij, het fietste op.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.