Betekenis van anticipeer | Babel Free
Definities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen form-of
-
gebiedende wijs van anticiperen form-of
-
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen form-of, inversion
Voorbeelden
“Ik anticipeer.”
“Anticipeer!”
“Anticipeer je?”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.