HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sluieren — definición

Conjugation of sluieren

Regular CEFR B2
/ˈslœy̯.ə.rə(n)/

dragen van een dunne doek die (een gedeelte van) het haar en het gezicht bedekt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sluier
jij / je sluiert
hij / zij / het sluiert
wij / we sluieren
jullie sluieren
zij / ze sluieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sluierde
jij / je sluierde
hij / zij / het sluierde
wij / we sluierden
jullie sluierden
zij / ze sluierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sluiere
jij / je sluiere
hij / zij / het sluiere
wij / we sluieren
jullie sluieren
zij / ze sluieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik sluierde
jij / je sluierde
hij / zij / het sluierde
wij / we sluierden
jullie sluierden
zij / ze sluierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sluier
jullie (archaïsch) sluiert

Onbepaalde vormen

Infinitief
sluieren
Tegenwoordig deelwoord
sluierend
Voltooid deelwoord
gesluierd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary