HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← sluiken — definición

Conjugation of sluiken

Regular CEFR B1
/ˈslœy̯.kə(n)/

ongemerkt, kruipend iets verrichten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sluik
jij / je sluikt
hij / zij / het sluikt
wij / we sluiken
jullie sluiken
zij / ze sluiken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik slook
jij / je slook
hij / zij / het slook
wij / we sloken
jullie sloken
zij / ze sloken

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sluike
jij / je sluike
hij / zij / het sluike
wij / we sluiken
jullie sluiken
zij / ze sluiken
Aanvoegende wijs — verleden
ik sloke
jij / je sloke
hij / zij / het sloke
wij / we sloken
jullie sloken
zij / ze sloken

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sluik
jullie (archaïsch) sluikt

Onbepaalde vormen

Infinitief
sluiken
Tegenwoordig deelwoord
sluikend
Voltooid deelwoord
gesloken

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary