HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontsporen — definition

Conjugation of ontsporen

Regular CEFR C2
ˌɔntˈspoː.rə(n)

mislukken, zich vergalopperen, op het verkeerde pad raken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontspoor
jij / je ontspoort
hij / zij / het ontspoort
wij / we ontsporen
jullie ontsporen
zij / ze ontsporen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontspoorde
jij / je ontspoorde
hij / zij / het ontspoorde
wij / we ontspoorden
jullie ontspoorden
zij / ze ontspoorden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontspore
jij / je ontspore
hij / zij / het ontspore
wij / we ontsporen
jullie ontsporen
zij / ze ontsporen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontspoorde
jij / je ontspoorde
hij / zij / het ontspoorde
wij / we ontspoorden
jullie ontspoorden
zij / ze ontspoorden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontspoor
jullie (archaïsch) ontspoort

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontsporen
Tegenwoordig deelwoord
ontsporend
Voltooid deelwoord
ontspoord

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary