HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontspringen — definition

Conjugation of ontspringen

Regular CEFR C1
ˌɔntˈsprɪ.ŋə(n)

~ + oorzakelijk voorwerp ontkomen aan iets (hoofdzakelijk in de uitdrukking de dans ontspringen) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontspring
jij / je ontspringt
hij / zij / het ontspringt
wij / we ontspringen
jullie ontspringen
zij / ze ontspringen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontsprong
jij / je ontsprong
hij / zij / het ontsprong
wij / we ontsprongen
jullie ontsprongen
zij / ze ontsprongen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontspringe
jij / je ontspringe
hij / zij / het ontspringe
wij / we ontspringen
jullie ontspringen
zij / ze ontspringen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontspronge
jij / je ontspronge
hij / zij / het ontspronge
wij / we ontsprongen
jullie ontsprongen
zij / ze ontsprongen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontspring
jullie (archaïsch) ontspringt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontspringen
Tegenwoordig deelwoord
ontspringend
Voltooid deelwoord
ontsprongen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary