HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontbelgen — definition

Conjugation of ontbelgen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈbɛl.ɣə(n)

to take away someone's Belgianness Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontbelg
jij / je ontbelgt
hij / zij / het ontbelgt
wij / we ontbelgen
jullie ontbelgen
zij / ze ontbelgen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontbelgde
jij / je ontbelgde
hij / zij / het ontbelgde
wij / we ontbelgden
jullie ontbelgden
zij / ze ontbelgden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontbelge
jij / je ontbelge
hij / zij / het ontbelge
wij / we ontbelgen
jullie ontbelgen
zij / ze ontbelgen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontbelgde
jij / je ontbelgde
hij / zij / het ontbelgde
wij / we ontbelgden
jullie ontbelgden
zij / ze ontbelgden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontbelg
jullie (archaïsch) ontbelgt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontbelgen
Tegenwoordig deelwoord
ontbelgend
Voltooid deelwoord
ontbelgd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary