HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontbenen — definition

Conjugation of ontbenen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈbeː.nə(n)

van been ontdoen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontbeen
jij / je ontbeent
hij / zij / het ontbeent
wij / we ontbenen
jullie ontbenen
zij / ze ontbenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontbeende
jij / je ontbeende
hij / zij / het ontbeende
wij / we ontbeenden
jullie ontbeenden
zij / ze ontbeenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontbene
jij / je ontbene
hij / zij / het ontbene
wij / we ontbenen
jullie ontbenen
zij / ze ontbenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontbeende
jij / je ontbeende
hij / zij / het ontbeende
wij / we ontbeenden
jullie ontbeenden
zij / ze ontbeenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontbeen
jullie (archaïsch) ontbeent

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontbenen
Tegenwoordig deelwoord
ontbenend
Voltooid deelwoord
ontbeend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary