HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontberen — definition

Conjugation of ontberen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈbeː.rə(n)

iets missen waaraan men grote behoefte heeft Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontbeer
jij / je ontbeert
hij / zij / het ontbeert
wij / we ontberen
jullie ontberen
zij / ze ontberen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontbeerde
jij / je ontbeerde
hij / zij / het ontbeerde
wij / we ontbeerden
jullie ontbeerden
zij / ze ontbeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontbere
jij / je ontbere
hij / zij / het ontbere
wij / we ontberen
jullie ontberen
zij / ze ontberen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontbeerde
jij / je ontbeerde
hij / zij / het ontbeerde
wij / we ontbeerden
jullie ontbeerden
zij / ze ontbeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontbeer
jullie (archaïsch) ontbeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontberen
Tegenwoordig deelwoord
ontberend
Voltooid deelwoord
ontbeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary