HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← benevelen — definition

Conjugation of benevelen

Regular CEFR B2
bəˈneː.və.lə(n)

door een nevel vochtig maken, door een nevel aanbrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik benevel
jij / je benevelt
hij / zij / het benevelt
wij / we benevelen
jullie benevelen
zij / ze benevelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik benevelde
jij / je benevelde
hij / zij / het benevelde
wij / we benevelden
jullie benevelden
zij / ze benevelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik benevele
jij / je benevele
hij / zij / het benevele
wij / we benevelen
jullie benevelen
zij / ze benevelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik benevelde
jij / je benevelde
hij / zij / het benevelde
wij / we benevelden
jullie benevelden
zij / ze benevelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij benevel
jullie (archaïsch) benevelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
benevelen
Tegenwoordig deelwoord
benevelend
Voltooid deelwoord
beneveld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary