HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beblazen — definition

Conjugation of beblazen

Regular CEFR B2
bəˈblaːzə(n)

to expose to by blowing, to cover with by blowing Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beblaas
jij / je beblaast
hij / zij / het beblaast
wij / we beblazen
jullie beblazen
zij / ze beblazen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beblies
jij / je beblies
hij / zij / het beblies
wij / we bebliezen
jullie bebliezen
zij / ze bebliezen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beblaze
jij / je beblaze
hij / zij / het beblaze
wij / we beblazen
jullie beblazen
zij / ze beblazen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beblieze
jij / je beblieze
hij / zij / het beblieze
wij / we bebliezen
jullie bebliezen
zij / ze bebliezen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beblaas
jullie (archaïsch) beblaast

Onbepaalde vormen

Infinitief
beblazen
Tegenwoordig deelwoord
beblazend
Voltooid deelwoord
beblazen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary