HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bebloeden — definition

Conjugation of bebloeden

Regular CEFR B2
bəˈblu.də(n)

to bleed on Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bebloed
jij / je bebloedt
hij / zij / het bebloedt
wij / we bebloeden
jullie bebloeden
zij / ze bebloeden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bebloedde
jij / je bebloedde
hij / zij / het bebloedde
wij / we bebloedden
jullie bebloedden
zij / ze bebloedden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bebloede
jij / je bebloede
hij / zij / het bebloede
wij / we bebloeden
jullie bebloeden
zij / ze bebloeden
Aanvoegende wijs — verleden
ik bebloedde
jij / je bebloedde
hij / zij / het bebloedde
wij / we bebloedden
jullie bebloedden
zij / ze bebloedden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bebloed
jullie (archaïsch) bebloedt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bebloeden
Tegenwoordig deelwoord
bebloedend
Voltooid deelwoord
bebloed

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary