HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zwijgen — definición

Conjugation of zwijgen

Regular CEFR B1
/ˈzʋɛi̯.ɣə(n)/

ervan afzien te spreken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zwijg
jij / je zwijgt
hij / zij / het zwijgt
wij / we zwijgen
jullie zwijgen
zij / ze zwijgen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zweeg
jij / je zweeg
hij / zij / het zweeg
wij / we zwegen
jullie zwegen
zij / ze zwegen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwijge
jij / je zwijge
hij / zij / het zwijge
wij / we zwijgen
jullie zwijgen
zij / ze zwijgen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwege
jij / je zwege
hij / zij / het zwege
wij / we zwegen
jullie zwegen
zij / ze zwegen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zwijg
jullie (archaïsch) zwijgt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zwijgen
Tegenwoordig deelwoord
zwijgend
Voltooid deelwoord
gezwegen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary