HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zweren — definition

Conjugation of zweren

Regular CEFR B2
ˈzʋeːrə(n)

geïnfecteerd raken, etteren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zweer
jij / je zweert
hij / zij / het zweert
wij / we zweren
jullie zweren
zij / ze zweren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zwoer
jij / je zwoer
hij / zij / het zwoer
wij / we zwoeren
jullie zwoeren
zij / ze zwoeren

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwere
jij / je zwere
hij / zij / het zwere
wij / we zweren
jullie zweren
zij / ze zweren
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwoere
jij / je zwoere
hij / zij / het zwoere
wij / we zwoeren
jullie zwoeren
zij / ze zwoeren

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zweer
jullie (archaïsch) zweert

Onbepaalde vormen

Infinitief
zweren
Tegenwoordig deelwoord
zwerend
Voltooid deelwoord
gezworen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary