HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zwaffelen — definition

Conjugation of zwaffelen

Regular CEFR B2
ˈsʋɑ.fə.lə(n)

slingeren met het eigen mannelijk geslachtsdeel en er opzettelijk vrouwen of voorwerpen mee aantikken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zwaffel
jij / je zwaffelt
hij / zij / het zwaffelt
wij / we zwaffelen
jullie zwaffelen
zij / ze zwaffelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zwaffelde
jij / je zwaffelde
hij / zij / het zwaffelde
wij / we zwaffelden
jullie zwaffelden
zij / ze zwaffelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwaffele
jij / je zwaffele
hij / zij / het zwaffele
wij / we zwaffelen
jullie zwaffelen
zij / ze zwaffelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwaffelde
jij / je zwaffelde
hij / zij / het zwaffelde
wij / we zwaffelden
jullie zwaffelden
zij / ze zwaffelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zwaffel
jullie (archaïsch) zwaffelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zwaffelen
Tegenwoordig deelwoord
zwaffelend
Voltooid deelwoord
gezwaffeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary