HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zwakken — definición

Conjugation of zwakken

Regular CEFR C2
/ˈzʋɑkə(n)/

to weaken, to become/make strengthless Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zwak
jij / je zwakt
hij / zij / het zwakt
wij / we zwakken
jullie zwakken
zij / ze zwakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zwakte
jij / je zwakte
hij / zij / het zwakte
wij / we zwakten
jullie zwakten
zij / ze zwakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zwakke
jij / je zwakke
hij / zij / het zwakke
wij / we zwakken
jullie zwakken
zij / ze zwakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik zwakte
jij / je zwakte
hij / zij / het zwakte
wij / we zwakten
jullie zwakten
zij / ze zwakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zwak
jullie (archaïsch) zwakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zwakken
Tegenwoordig deelwoord
zwakkend
Voltooid deelwoord
gezwakt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary