HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zolen — definición

Conjugation of zolen

Regular CEFR C2
/ˈzoː.lə(n)/

het aanbrengen van een zool onder een schoen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zool
jij / je zoolt
hij / zij / het zoolt
wij / we zolen
jullie zolen
zij / ze zolen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zoolde
jij / je zoolde
hij / zij / het zoolde
wij / we zoolden
jullie zoolden
zij / ze zoolden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zole
jij / je zole
hij / zij / het zole
wij / we zolen
jullie zolen
zij / ze zolen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zoolde
jij / je zoolde
hij / zij / het zoolde
wij / we zoolden
jullie zoolden
zij / ze zoolden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zool
jullie (archaïsch) zoolt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zolen
Tegenwoordig deelwoord
zolend
Voltooid deelwoord
gezoold

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary