HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zomen — definition

Conjugation of zomen

Regular CEFR B1
ˈzoː.mə(n)

van zomen voorzien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zoom
jij / je zoomt
hij / zij / het zoomt
wij / we zomen
jullie zomen
zij / ze zomen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zoomde
jij / je zoomde
hij / zij / het zoomde
wij / we zoomden
jullie zoomden
zij / ze zoomden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zome
jij / je zome
hij / zij / het zome
wij / we zomen
jullie zomen
zij / ze zomen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zoomde
jij / je zoomde
hij / zij / het zoomde
wij / we zoomden
jullie zoomden
zij / ze zoomden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zoom
jullie (archaïsch) zoomt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zomen
Tegenwoordig deelwoord
zomend
Voltooid deelwoord
gezoomd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary