HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zakken — definición

Conjugation of zakken

Regular CEFR B1
/ˈzɑkə(n)/

in elkaar zakken: dood, zwaargewond of door een flauwte op de grond vallen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zak
jij / je zakt
hij / zij / het zakt
wij / we zakken
jullie zakken
zij / ze zakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zakte
jij / je zakte
hij / zij / het zakte
wij / we zakten
jullie zakten
zij / ze zakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zakke
jij / je zakke
hij / zij / het zakke
wij / we zakken
jullie zakken
zij / ze zakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik zakte
jij / je zakte
hij / zij / het zakte
wij / we zakten
jullie zakten
zij / ze zakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zak
jullie (archaïsch) zakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zakken
Tegenwoordig deelwoord
zakkend
Voltooid deelwoord
gezakt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary