HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wortelen — definition

Conjugation of wortelen

Regular CEFR C2
ˈʋɔr.tə.lə(n)

verankerd zijn, ingeburgerd zijn, zijn oorsprong vinden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wortel
jij / je wortelt
hij / zij / het wortelt
wij / we wortelen
jullie wortelen
zij / ze wortelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wortelde
jij / je wortelde
hij / zij / het wortelde
wij / we wortelden
jullie wortelden
zij / ze wortelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wortele
jij / je wortele
hij / zij / het wortele
wij / we wortelen
jullie wortelen
zij / ze wortelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik wortelde
jij / je wortelde
hij / zij / het wortelde
wij / we wortelden
jullie wortelden
zij / ze wortelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wortel
jullie (archaïsch) wortelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
wortelen
Tegenwoordig deelwoord
wortelend
Voltooid deelwoord
geworteld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary