Conjugation of worteltrekken
ˈwɔrtəlˌtrɛkə(n)berekenen van een getal (wortel) dat een bepaald aantal keren met zichzelf vermenigvuldigd even groot is als een opgegeven waarde (een inverse operatie van machtsverheffen) Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | worteltrek |
| jij / je | worteltrekt |
| hij / zij / het | worteltrekt |
| wij / we | worteltrekken |
| jullie | worteltrekken |
| zij / ze | worteltrekken |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | worteltrok |
| jij / je | worteltrok |
| hij / zij / het | worteltrok |
| wij / we | worteltrokken |
| jullie | worteltrokken |
| zij / ze | worteltrokken |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | worteltrekke |
| jij / je | worteltrekke |
| hij / zij / het | worteltrekke |
| wij / we | worteltrekken |
| jullie | worteltrekken |
| zij / ze | worteltrekken |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | worteltrokke |
| jij / je | worteltrokke |
| hij / zij / het | worteltrokke |
| wij / we | worteltrokken |
| jullie | worteltrokken |
| zij / ze | worteltrokken |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | worteltrek |
| jullie (archaïsch) | worteltrekt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | worteltrekken |
Tegenwoordig deelwoord
| — | worteltrekkend |
Voltooid deelwoord
| — | wortelgetrokken |
Practice in context
Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.