HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← woelen — definition

Conjugation of woelen

Regular CEFR C2
ˈʋu.lə(n)

het loswerken van een vaste bodemlaag Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik woel
jij / je woelt
hij / zij / het woelt
wij / we woelen
jullie woelen
zij / ze woelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik woelde
jij / je woelde
hij / zij / het woelde
wij / we woelden
jullie woelden
zij / ze woelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik woele
jij / je woele
hij / zij / het woele
wij / we woelen
jullie woelen
zij / ze woelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik woelde
jij / je woelde
hij / zij / het woelde
wij / we woelden
jullie woelden
zij / ze woelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij woel
jullie (archaïsch) woelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
woelen
Tegenwoordig deelwoord
woelend
Voltooid deelwoord
gewoeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary