HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← weren — definition

Conjugation of weren

Regular CEFR C2
ˈʋeːrə(n)

zich ~: zich verdedigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik weer
jij / je weert
hij / zij / het weert
wij / we weren
jullie weren
zij / ze weren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik weerde
jij / je weerde
hij / zij / het weerde
wij / we weerden
jullie weerden
zij / ze weerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik were
jij / je were
hij / zij / het were
wij / we weren
jullie weren
zij / ze weren
Aanvoegende wijs — verleden
ik weerde
jij / je weerde
hij / zij / het weerde
wij / we weerden
jullie weerden
zij / ze weerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij weer
jullie (archaïsch) weert

Onbepaalde vormen

Infinitief
weren
Tegenwoordig deelwoord
werend
Voltooid deelwoord
geweerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary