HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← wassen — definition

Conjugation of wassen

Regular CEFR B1
ˈʋɑ.sə(n)

groeien, stijgen, voornamelijk i.v.m. de maan of een waterloop Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik was
jij / je wast
hij / zij / het wast
wij / we wassen
jullie wassen
zij / ze wassen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik waste
jij / je waste
hij / zij / het waste
wij / we wasten
jullie wasten
zij / ze wasten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wasse
jij / je wasse
hij / zij / het wasse
wij / we wassen
jullie wassen
zij / ze wassen
Aanvoegende wijs — verleden
ik waste
jij / je waste
hij / zij / het waste
wij / we wasten
jullie wasten
zij / ze wasten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij was
jullie (archaïsch) wast

Onbepaalde vormen

Infinitief
wassen
Tegenwoordig deelwoord
wassend
Voltooid deelwoord
gewassen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary