HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vrijwilligen — definition

Conjugation of vrijwilligen

Regular CEFR C1

het uitvoeren van vrijwillige, onbetaalde arbeid; het doen van vrijwilligerswerk Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vrijwillig
jij / je vrijwilligt
hij / zij / het vrijwilligt
wij / we vrijwilligen
jullie vrijwilligen
zij / ze vrijwilligen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vrijwilligde
jij / je vrijwilligde
hij / zij / het vrijwilligde
wij / we vrijwilligden
jullie vrijwilligden
zij / ze vrijwilligden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vrijwillige
jij / je vrijwillige
hij / zij / het vrijwillige
wij / we vrijwilligen
jullie vrijwilligen
zij / ze vrijwilligen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vrijwilligde
jij / je vrijwilligde
hij / zij / het vrijwilligde
wij / we vrijwilligden
jullie vrijwilligden
zij / ze vrijwilligden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vrijwillig
jullie (archaïsch) vrijwilligt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vrijwilligen
Tegenwoordig deelwoord
vrijwilligend
Voltooid deelwoord
gevrijwilligd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary