HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vroeden — definition

Conjugation of vroeden

Regular CEFR B1
ˈvrudə(n)

to become wise, understanding Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vroed
jij / je vroedt
hij / zij / het vroedt
wij / we vroeden
jullie vroeden
zij / ze vroeden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vroedde
jij / je vroedde
hij / zij / het vroedde
wij / we vroedden
jullie vroedden
zij / ze vroedden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vroede
jij / je vroede
hij / zij / het vroede
wij / we vroeden
jullie vroeden
zij / ze vroeden
Aanvoegende wijs — verleden
ik vroedde
jij / je vroedde
hij / zij / het vroedde
wij / we vroedden
jullie vroedden
zij / ze vroedden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vroed
jullie (archaïsch) vroedt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vroeden
Tegenwoordig deelwoord
vroedend
Voltooid deelwoord
gevroed

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary