HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vrijwielen — definition

Conjugation of vrijwielen

Regular CEFR B2

to freewheel Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vrijwiel
jij / je vrijwielt
hij / zij / het vrijwielt
wij / we vrijwielen
jullie vrijwielen
zij / ze vrijwielen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vrijwielde
jij / je vrijwielde
hij / zij / het vrijwielde
wij / we vrijwielden
jullie vrijwielden
zij / ze vrijwielden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vrijwiele
jij / je vrijwiele
hij / zij / het vrijwiele
wij / we vrijwielen
jullie vrijwielen
zij / ze vrijwielen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vrijwielde
jij / je vrijwielde
hij / zij / het vrijwielde
wij / we vrijwielden
jullie vrijwielden
zij / ze vrijwielden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vrijwiel
jullie (archaïsch) vrijwielt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vrijwielen
Tegenwoordig deelwoord
vrijwielend
Voltooid deelwoord
gevrijwield

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary