HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vesten — definition

Conjugation of vesten

Regular CEFR C2
ˈvɛstə(n)

bevestigen, vastmaken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vest
jij / je vest
hij / zij / het vest
wij / we vesten
jullie vesten
zij / ze vesten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vestte
jij / je vestte
hij / zij / het vestte
wij / we vestten
jullie vestten
zij / ze vestten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik veste
jij / je veste
hij / zij / het veste
wij / we vesten
jullie vesten
zij / ze vesten
Aanvoegende wijs — verleden
ik vestte
jij / je vestte
hij / zij / het vestte
wij / we vestten
jullie vestten
zij / ze vestten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vest
jullie (archaïsch) vest

Onbepaalde vormen

Infinitief
vesten
Tegenwoordig deelwoord
vestend
Voltooid deelwoord
gevest

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary