HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vestigen — definition

Conjugation of vestigen

Regular CEFR C1
ˈvɛstəɣə(n)

zich ~ (van personen): er gaan wonen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vestig
jij / je vestigt
hij / zij / het vestigt
wij / we vestigen
jullie vestigen
zij / ze vestigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vestigde
jij / je vestigde
hij / zij / het vestigde
wij / we vestigden
jullie vestigden
zij / ze vestigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vestige
jij / je vestige
hij / zij / het vestige
wij / we vestigen
jullie vestigen
zij / ze vestigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vestigde
jij / je vestigde
hij / zij / het vestigde
wij / we vestigden
jullie vestigden
zij / ze vestigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vestig
jullie (archaïsch) vestigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vestigen
Tegenwoordig deelwoord
vestigend
Voltooid deelwoord
gevestigd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary