HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vertellen — definition

Conjugation of vertellen

Regular CEFR A1
vərˈtɛlə(n)

een al of niet ware gebeurtenis verhalen; spreken over een al dan niet ware gebeurtenis Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vertel
jij / je vertelt
hij / zij / het vertelt
wij / we vertellen
jullie vertellen
zij / ze vertellen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik vertelde
jij / je vertelde
hij / zij / het vertelde
wij / we vertelden
jullie vertelden
zij / ze vertelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vertelle
jij / je vertelle
hij / zij / het vertelle
wij / we vertellen
jullie vertellen
zij / ze vertellen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vertelde
jij / je vertelde
hij / zij / het vertelde
wij / we vertelden
jullie vertelden
zij / ze vertelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vertel
jullie (archaïsch) vertelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vertellen
Tegenwoordig deelwoord
vertellend
Voltooid deelwoord
verteld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary