Conjugation of vertekenen
/vərˈteː.kə.nə(n)/op een manier tekenen waarbij maat en vorm niet overeenkomen met de werkelijkheid, verkeerd weergeven Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | verteken |
| jij / je | vertekent |
| hij / zij / het | vertekent |
| wij / we | vertekenen |
| jullie | vertekenen |
| zij / ze | vertekenen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | vertekende |
| jij / je | vertekende |
| hij / zij / het | vertekende |
| wij / we | vertekenden |
| jullie | vertekenden |
| zij / ze | vertekenden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | vertekene |
| jij / je | vertekene |
| hij / zij / het | vertekene |
| wij / we | vertekenen |
| jullie | vertekenen |
| zij / ze | vertekenen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | vertekende |
| jij / je | vertekende |
| hij / zij / het | vertekende |
| wij / we | vertekenden |
| jullie | vertekenden |
| zij / ze | vertekenden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | verteken |
| jullie (archaïsch) | vertekent |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | vertekenen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | vertekenend |
Voltooid deelwoord
| — | vertekend |