HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← verplaatsen — definition

Conjugation of verplaatsen

Regular CEFR B1
vərˈplaːt.sə(n)

iets van de ene plaats naar de andere brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik verplaats
jij / je verplaatst
hij / zij / het verplaatst
wij / we verplaatsen
jullie verplaatsen
zij / ze verplaatsen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik verplaatste
jij / je verplaatste
hij / zij / het verplaatste
wij / we verplaatsten
jullie verplaatsten
zij / ze verplaatsten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik verplaatse
jij / je verplaatse
hij / zij / het verplaatse
wij / we verplaatsen
jullie verplaatsen
zij / ze verplaatsen
Aanvoegende wijs — verleden
ik verplaatste
jij / je verplaatste
hij / zij / het verplaatste
wij / we verplaatsten
jullie verplaatsten
zij / ze verplaatsten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij verplaats
jullie (archaïsch) verplaatst

Onbepaalde vormen

Infinitief
verplaatsen
Tegenwoordig deelwoord
verplaatsend
Voltooid deelwoord
verplaatst

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary