HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← verplanten — definition

Conjugation of verplanten

Regular CEFR B2
vər.ˈplɑn.tə(n)

op een andere plaats zetten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik verplant
jij / je verplant
hij / zij / het verplant
wij / we verplanten
jullie verplanten
zij / ze verplanten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik verplantte
jij / je verplantte
hij / zij / het verplantte
wij / we verplantten
jullie verplantten
zij / ze verplantten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik verplante
jij / je verplante
hij / zij / het verplante
wij / we verplanten
jullie verplanten
zij / ze verplanten
Aanvoegende wijs — verleden
ik verplantte
jij / je verplantte
hij / zij / het verplantte
wij / we verplantten
jullie verplantten
zij / ze verplantten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij verplant
jullie (archaïsch) verplant

Onbepaalde vormen

Infinitief
verplanten
Tegenwoordig deelwoord
verplantend
Voltooid deelwoord
verplant

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary