Conjugation of vermogelijken
to make possible Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | vermogelijk |
| jij / je | vermogelijkt |
| hij / zij / het | vermogelijkt |
| wij / we | vermogelijken |
| jullie | vermogelijken |
| zij / ze | vermogelijken |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | vermogelijkte |
| jij / je | vermogelijkte |
| hij / zij / het | vermogelijkte |
| wij / we | vermogelijkten |
| jullie | vermogelijkten |
| zij / ze | vermogelijkten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | vermogelijke |
| jij / je | vermogelijke |
| hij / zij / het | vermogelijke |
| wij / we | vermogelijken |
| jullie | vermogelijken |
| zij / ze | vermogelijken |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | vermogelijkte |
| jij / je | vermogelijkte |
| hij / zij / het | vermogelijkte |
| wij / we | vermogelijkten |
| jullie | vermogelijkten |
| zij / ze | vermogelijkten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | vermogelijk |
| jullie (archaïsch) | vermogelijkt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | vermogelijken |
Tegenwoordig deelwoord
| — | vermogelijkend |
Voltooid deelwoord
| — | vermogelijkt |