HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← vangen — definition

Conjugation of vangen

Regular CEFR B1
ˈvɑŋə(n)

het te pakken krijgen van wilde dieren of mensen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik vang
jij / je vangt
hij / zij / het vangt
wij / we vangen
jullie vangen
zij / ze vangen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ving
jij / je ving
hij / zij / het ving
wij / we vingen
jullie vingen
zij / ze vingen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik vange
jij / je vange
hij / zij / het vange
wij / we vangen
jullie vangen
zij / ze vangen
Aanvoegende wijs — verleden
ik vinge
jij / je vinge
hij / zij / het vinge
wij / we vingen
jullie vingen
zij / ze vingen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij vang
jullie (archaïsch) vangt

Onbepaalde vormen

Infinitief
vangen
Tegenwoordig deelwoord
vangend
Voltooid deelwoord
gevangen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary