HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← taxeren — definición

Conjugation of taxeren

Regular CEFR C2
/tɑkˈseːrə(n)/

schatten, de waarde bepalen. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik taxeer
jij / je taxeert
hij / zij / het taxeert
wij / we taxeren
jullie taxeren
zij / ze taxeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik taxeerde
jij / je taxeerde
hij / zij / het taxeerde
wij / we taxeerden
jullie taxeerden
zij / ze taxeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik taxere
jij / je taxere
hij / zij / het taxere
wij / we taxeren
jullie taxeren
zij / ze taxeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik taxeerde
jij / je taxeerde
hij / zij / het taxeerde
wij / we taxeerden
jullie taxeerden
zij / ze taxeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij taxeer
jullie (archaïsch) taxeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
taxeren
Tegenwoordig deelwoord
taxerend
Voltooid deelwoord
getaxeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary