HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← taxiën — definition

Conjugation of taxiën

Regular CEFR B1
ˈtɑk.si.ə(n)

over de grond op wielen voortbewegen van vliegtuigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik taxi
jij / je taxiet
hij / zij / het taxiet
wij / we taxiën
jullie taxiën
zij / ze taxiën
Verleden tijd (o.v.t.)
ik taxiede
jij / je taxiede
hij / zij / het taxiede
wij / we taxieden
jullie taxieden
zij / ze taxieden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik taxië
jij / je taxië
hij / zij / het taxië
wij / we taxiën
jullie taxiën
zij / ze taxiën
Aanvoegende wijs — verleden
ik taxiede
jij / je taxiede
hij / zij / het taxiede
wij / we taxieden
jullie taxieden
zij / ze taxieden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij taxi
jullie (archaïsch) taxiet

Onbepaalde vormen

Infinitief
taxiën
Tegenwoordig deelwoord
taxiënd
Voltooid deelwoord
getaxied

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary