HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stuiteren — definition

Conjugation of stuiteren

Regular CEFR C2
ˈstœytərə(n)

zich door weerstanden die worden ontmoet schoksgewijs telkens in een andere richting bewegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stuiter
jij / je stuitert
hij / zij / het stuitert
wij / we stuiteren
jullie stuiteren
zij / ze stuiteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stuiterde
jij / je stuiterde
hij / zij / het stuiterde
wij / we stuiterden
jullie stuiterden
zij / ze stuiterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stuitere
jij / je stuitere
hij / zij / het stuitere
wij / we stuiteren
jullie stuiteren
zij / ze stuiteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik stuiterde
jij / je stuiterde
hij / zij / het stuiterde
wij / we stuiterden
jullie stuiterden
zij / ze stuiterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stuiter
jullie (archaïsch) stuitert

Onbepaalde vormen

Infinitief
stuiteren
Tegenwoordig deelwoord
stuiterend
Voltooid deelwoord
gestuiterd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary