HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← storen — definition

Conjugation of storen

Regular CEFR B1
ˈstoː.rə(n)

het functioneren nadelig beïnvloeden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stoor
jij / je stoort
hij / zij / het stoort
wij / we storen
jullie storen
zij / ze storen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stoorde
jij / je stoorde
hij / zij / het stoorde
wij / we stoorden
jullie stoorden
zij / ze stoorden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik store
jij / je store
hij / zij / het store
wij / we storen
jullie storen
zij / ze storen
Aanvoegende wijs — verleden
ik stoorde
jij / je stoorde
hij / zij / het stoorde
wij / we stoorden
jullie stoorden
zij / ze stoorden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stoor
jullie (archaïsch) stoort

Onbepaalde vormen

Infinitief
storen
Tegenwoordig deelwoord
storend
Voltooid deelwoord
gestoord

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary