HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stoeien — definición

Conjugation of stoeien

Regular CEFR C2
/ˈstuiə(n)/

ergens vrijblijvend of spelend mee omgaan. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stoei
jij / je stoeit
hij / zij / het stoeit
wij / we stoeien
jullie stoeien
zij / ze stoeien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stoeide
jij / je stoeide
hij / zij / het stoeide
wij / we stoeiden
jullie stoeiden
zij / ze stoeiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stoeie
jij / je stoeie
hij / zij / het stoeie
wij / we stoeien
jullie stoeien
zij / ze stoeien
Aanvoegende wijs — verleden
ik stoeide
jij / je stoeide
hij / zij / het stoeide
wij / we stoeiden
jullie stoeiden
zij / ze stoeiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stoei
jullie (archaïsch) stoeit

Onbepaalde vormen

Infinitief
stoeien
Tegenwoordig deelwoord
stoeiend
Voltooid deelwoord
gestoeid

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary