HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stoelen — definition

Conjugation of stoelen

Regular CEFR B2
ˈstu.lə(n)

~ op gebaseerd zijn op Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stoel
jij / je stoelt
hij / zij / het stoelt
wij / we stoelen
jullie stoelen
zij / ze stoelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stoelde
jij / je stoelde
hij / zij / het stoelde
wij / we stoelden
jullie stoelden
zij / ze stoelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stoele
jij / je stoele
hij / zij / het stoele
wij / we stoelen
jullie stoelen
zij / ze stoelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik stoelde
jij / je stoelde
hij / zij / het stoelde
wij / we stoelden
jullie stoelden
zij / ze stoelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stoel
jullie (archaïsch) stoelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
stoelen
Tegenwoordig deelwoord
stoelend
Voltooid deelwoord
gestoeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary